BL!NDMAN Akenkaai 2, B-1000 Brussels +32 (0)2 201 59 47
 
 

line-up

eric sleichim > artistieke leiding

BL!NDMAN [STRINGS]
pieter jansen > viool
liesbeth baelus > viool
kris hellemans > altviool
romek maniewski > cello

FRONT LINE is een BL!NDMAN-productie, in samenwerking met Jeugd en Muziek Vlaanderen en Gouden Vleugels. Dank aan het Spiegel Strijkkwartet

Gouden Vleugels is een initiatief van verschillende partners uit het muziekveld om jong Vlaams muziektalent te ondersteunen en te promoten. Partners zijn de Cultuurcentra, Jeugd en Muziek Vlaanderen, het Muziekcentrum Vlaanderen, de Vlaamse Overheid Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen, Klara en Cultuur Lokaal. Meer info: www.goudenvleugels.be.

BL!NDMAN geniet de steun van de Administratie voor de Kunsten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk gewest. BL!NDMAN [sax] speelt op Selmer Paris saxofoons. Muremo, verdeler van Bergerault, steunt BL!NDMAN [drums].

FRONT LINE

strijkkwartet op oorlogspad, gewapend met een een batterij gitaarversterkers en pedalen
(geselecteerd voor Gouden Vleugels)

Als een voorhoede evolueert het strijkkwartet door de ruimte. Gewapend met een batterij gitaarversterkers en pedalen, bezetten zij in en rond het publiek de posities van een kritische getuige, krachtig en kwetsbaar.
Het strijkkwartet trekt hier ten strijde met een aangrijpend verhaal over oorlog, angst en hoop.

BL!NDMAN[4×4]strings brengt in Front Line een reflectie over de gruwelen van de oorlog, refererend aan drie tekenende oorlogen uit de 20e eeuw.
Op een heel eigenzinnige manier, gewapend met een batterij gitaarversterkers en pedalen, trekt het strijkkwartet ten strijde met een aangrijpend verhaal over oorlog, angst en hoop.

De gewelddaden van WO II stonden Dmitri Sjostakovitsj nog letterlijk voor ogen toen hij in 1960 in Dresden zijn 8e strijkkwartet schreef dat hij opdroeg aan alle slachtoffers van het fascisme. De Amerikaanse componist George Crumb kloeg in 1970 op zijn beurt de Vietnamoorlog aan met het aangrijpende stuk ‘Black Angels’. En Kris Defoort had in 2003 de hartverscheurende gedachte aan de duizenden ouderloze kinderen van Irak voor de geest toen hij zijn 1e strijkkwartet optekende. Als loutering voor de gruwelen, wordt het concert geopend en afgerond met een contemplatief stuk van John Cage en van Arvo Pärt.

programma

john cage > four
john cage > story
george crumb > black angels
kris defoort > restless / for the children of iraq
dmitri sjostakovitsj > stringquartet n°8
arvo pärt > fratres

totale duur 65’
pauze voorzien

Opmerking: deze productie komt in aanmerking voor 50% subsidie Nieuw Talent t.e.m. 01/07/2010.
Info en aanvraagformulier: www.aanbodpodium.be

programmateksten

  • George Crumb, Black Angels, Thirteen images from the Dark Land
    De Amerikaanse componist George Crumb schreef zijn strijkkwartet Black Angels naar aanleiding van de Vietnamoorlog. Het werk citeert belangrijke elementen uit de bekoringsthematiek: van de zondeval via de Danse Macabre tot Tartini’s Duivelssonate.
    Het genre van het strijkkwartet associeer je niet zo snel met politieke statements. Toch maakt de buitengewoon originele en kleurrijke componist George Crumb zich in Black Angels ouderwets kwaad om de Vietnamoorlog. In de partituur staat dat hij gecomponeerd is ‘in tempore belli’ (in oorlogstijd). Crumb voltooide het werk op vrijdag 13 maart 1970. Hij laat de strijkers schreeuwen, zingen, fluiten en fluisteren en breidt het instrumentarium uit met gongs, maracas en kristallen glazen.
    Black Angels sloeg in als een bom, zowel door de onorthodoxe behandeling van het strijkkwartet als door de indringende thematiek. Het universele thema houdt de compositie ook nu nog overeind: de strijd tussen goed en kwaad, leven en dood, God en de duivel. De titel verwijst naar de zwarte engel zoals die in de vroege schilderkunst de gevallen engel symboliseert.
    De vier strijkers confronteren de luisteraar met een surrealistische wereld van krijsende insecten, striemende geselingen, bom-inslagen, fluisterende stemmen, gongslagen, maar ook etherische klanken als glasharmonica-effecten en ijle, engelachtige melodieën. De componist schept een sfeer van een nachtmerrie door allerlei ongebruikelijke effecten voor te schrijven.
    Achter de noten verschuilen zich planmatige getalsverhoudingen. De muzikale symbolen die Crumb gebruikt zij vrij conventioneel. Zo klinkt regelmatig het al eeuwenlang als ‘duivel in de muziek’ bekend staande interval van de verminderde kwint, de tritonus. En uit de literatuur voor strijkers haalt hij de ‘Trillo Di Diavolo’ van Tartini tevoorschijn. Verder citeert hij nog uit het gregoriaanse ‘Dies Irae’ en uit het strijkkwartet ‘Der Tod und das Mädchen’ van Schubert en refereert hij naar de oude muziek in de Sarabanda da la Muerta Oscura.
    Delen:
    Part Title
    I. Departure 1. THRENODY I: Night of the Electric Insects 2. Sounds of Bones and Flutes 3. Lost Bells 4. Devil-music 5. Danse Macabre
    II. Absence 6. Pavana Lachrymae 7. THRENODY II: BLACK ANGELS! 8. Sarabanda de la Muerte Oscura 9. Lost Bells (Echo)
    III. Return 10. God-music 11. Ancient Voices 12. Ancient Voices (echo) 13. THRENODY III: Night of the Electric Insects
  • Arvo Pärt, Fratres
    Arvo Pärt kreeg zijn eerste muzieklessen toen hij zeven jaar oud was. Hij volgde een opleiding aan het conservatorium in Tallinn vanaf 1957, waar hij les kreeg in compositie van Heino Eller en waar hij in 1963 ook afstudeerde. Zijn eerste composities, waarin invloeden te horen zijn van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj, dateren uit zijn studietijd. Voor zijn eerste orkestrale compositie, genaamd Necrolog, gebruikte hij de twaalftoontechniek van Arnold Schönberg, maar dit bezorgde hem veel kritiek van het conservatieve Sovjetregime. Na zijn studie kreeg hij een baan bij een radiostation in Estland. Daarnaast ging hij door met componeren. Pärt experimenteerde na zijn studie met diverse compositietechnieken en schreef aanvankelijk vooral seriële muziek
    Volgens zijn biograaf Paul Hillier raakte hij hierna in een spirituele en professionele crisis. Hij ging op zoek naar andere muziek en bestudeerde Gregoriaanse muziek, de opkomst van de polyfonie in de Renaissance. In die tijd trad hij toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. In 1968 componeerde hij het werk Credo, daarna trok hij zich een tijd terug en bestudeerde hij Middeleeuwse muziek, waaronder die van Franse en Vlaamse componisten als Josquin Des Prez, Guillaume de Machault, Jacob Obrecht en Johannes Ockeghem.
    In 1971 maakte hij zijn rentree met Symfonie nr. 3, waarbij de polyfonische structuur kan worden herleid tot de Nederlandse componisten en die elementen van Middeleeuwse zowel als van Barokmuziek in zich draagt.
    Na deze periode sloeg Pärt een andere weg in. Hij begon muziek te maken die hij zelf tintinnabular noemt, ( uit het Latijn tintinabuli, kleine bellen) muziek die klinkt als het geluid van bellen of klokken. Deze muziek wordt gekenmerkt door simpele harmonieën, vaak ook door enkele noten of drieklanken die volgens de componist als bellen klinken. Het eerste stuk waarin hij van deze techniek gebruik maakt is Für Alina, een pianowerk uit 1976. Daarna volgden de drie werken die tot op heden toe het meest bekend zijn: Fratres, Cantus In Memory Of Benjamin Britten, en Tabula Rasa. Estland was vanaf 1944 tot en met 1991 bezet door Rusland. In 1980 verliet Pärt Estland en emigreerde hij naar Wenen. Eén jaar later verruilde hij de Oostenrijkse hoofdstad voor West-Berlijn, waar hij momenteel nog steeds woont. Werk van Pärt is onder andere uitgevoerd door het Hilliard Ensemble. Sinds zijn vertrek uit de Sovjet-Unie schrijft Pärt veel religieuze werken, vaak in opdracht van koren en kathedralen. In 2003 ontving hij de Contemporary Music Award. In 2008 ontving hij de Deense Léonie Sonning-prijs.
    Pärt bewerkte fraters voor verschillende bezettingen. De versie voor strijkkwartet dateert uit 1985 en werd herzien in 1989.
  • Dmitri Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 8 in c, opus 110
    Dmitri Sjostakovitsj’s Strijkkwartet Nr. 8 in c mineur (opus 110) werd geschreven in drie dagen, te verstaan: van 12 juli tot 14 juli in 1960.
    Het stuk werd kort na twee traumatische gebeurtenissen in het leven van Sjostakovitsj geschreven: de diagnose van myelitis en het toetreden tot de Communistische Partij. Volgens de bladmuziek is het werk opgedragen “ter nagedachtenis van de slachtoffers van fascisme en oorlog”. Lev Lebedinsky, een vriend van Sjostakovitsj zei dat Sjostakovitsj na het schrijven van het werk zelfmoord wilde plegen. Het 8e Strijkkwartet behoort tot zijn meest intieme werken. Het werk werd geschreven in Dresden, waar Sjostakovitsj de puinhopen van de bombardementen van de geallieerden zag toen hij daar was voor het schrijven van muziek voor de film Five Days, Five Nights.
    Delen:
    Largo
    Allegro molto
    Allegretto
    Largo
    Largo
    Het werk opent met het DSCH-motief gespeeld door de cello. Het DSCH-motief wordt verder in het stuk nog meermalen gebruikt, zo vaak dat het haast obsessief wordt.
    Het stuk zit vol met quotaties uit andere werken van Sjostakovitsj:
    Het eerste Largo quoteert zijn 1e Symfonie en 5e Symfonie.
    Het tweede deel, het Allegro molto bevat een Joods thema welke voor het eerst werd gebruikt in zijn Piano Trio Nr. 2.
    Het derde deel, het Allegretto , quoteert Sjostakovitsj’s 1e Cello Concerto.
    Het vierde deel, het 2e Largo , quoteert een revolutionair lied uit de 19e eeuw genaamd “Geplaagd met betreurenswaardige slavernij”, en tevens Sjostakovitsj’s opera Lady Macbeth van het Mtsensk District, een geweldig werk wat door Stalin werd laten afkraken in de Pravda.
    Van het 8e Strijkkwartet bestaat een bewerking voor strijkorkest: Kamersymfonie nr. 1.
  • John Cage, Story uit Living Room Music
    John Milton Cage (Los Angeles, 5 september 1912 – New York, 12 augustus 1992) was een Amerikaans avant-gardecomponist; hij was een van de grootste vernieuwers van de klassieke muziek uit de 20e eeuw. Hij was reeds voor de Tweede Wereldoorlog bekend van Oosters getinte muziekwerken, maar zette na 1950 de muziekwereld volledig op zijn kop door een radicale toepassing van het toevalselement in zijn muziek.
    Story is het tweede deel uit Living Room Music, een werk voor percussiekwartet uit 1940. Het is één van de vroege werken van Cage waarin de ritmische pulsering een erg belangrijke rol speelt. Delen I, III en IV zijn voor percussie-instrumenten; het tweede deel, Story, is geschreven voor vier stemmen. In Story wordt een klein gedicht van Gertrud Stein op muziek gezet door zinnen, woorden, lettergrepen en letters uit het gedicht als muzikaal material te gebruiken.
    once upon a time / the world was round / and you could go on it / round and around

pers

“Blindman [strings] groeide onder de vleugels van het gelijknamige saxofoonkwartet. Ze brachten vrijdag een zinderende versie van ‘Black angels’ van George Crumb. Strijkkwartet is bij uitstek een genre dat een enorm engagement vereist. De eensgezindheid van de vier jonge strijkers biedt hoop voor de toekomst.”
De Standaard, Véronique Rubens, 11.12.2007 (over Gouden Vleugels)

lees het volledige artikel


FRONT LINE speelde ondermeer op de volgende locaties:

2009
BRUSSEL / BRUXELLES - BOZAR - klara in het paleis
EVERGEM - cultuurcentrum evergem/ raadzaal ertvelde
SCHERPENHEUVEL - Den Egger
2008
ANTWERPEN / ANVERS - lessiuskapel / cultuurmarkt
LEUVEN / LOUVAIN - groep-T hogeschool
SCHOTEN - kasteel van schoten
MAASEIK - capucijnerkerk / instituut ter engelen
Bookmark and Share

BL!NDMAN       contact info

Sainctelettesquare 18-19
B-1000 Brussel
+32 2 201 59 47

contact:

algemene en artistieke leiding:
management:   M +32 485 30 98 01
technische coördinatie en geluidstechniek:   M +32 485 53 68 16
productie:   M +32 498 54 96 81

BL!NDMAN geniet de steun van de Administratie voor de Kunsten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk gewest. BL!NDMAN [sax] speelt op Selmer Paris saxofoons. Muremo, verdeler van Bergerault, steunt BL!NDMAN [drums].